Sancta Maria
A. Van Landeghemstraat

Sancta Maria
Breendonkstraat

Sint-Joris
Blaasveld

Sint-Jan
Tisselt

Scholen Visie Wetgeving Samenwerking Afspraken Links

Wetgeving

Inschrijvingen en leerplicht

1. Inschrijvingbeleid en inschrijvingsperiode

De inschrijvingen gebeuren op het secretariaat van de school. Je kind is pas ingeschreven in de school als de ouder(s) schriftelijk instem(t)(men) met het pedagogisch project en het schoolreglement.

Alleen ouders of voogd kunnen inschrijven.
Bij de inschrijving dient een officieel document te worden voorgelegd dat de identiteit van het kind bevestigt en de verwantschap aantoont en waarop het rijksregisternummer van het kind vermeld staat.
Voor kleuters dient schriftelijk bevestigd te worden dat het kind niet in een andere school is ingeschreven.

Wanneer u uw kind inschrijft in de kleuterschool betekent dit automatisch dat hij/zij doorgroeit naar de lagere school.

Alle scholen van de gemeente Willebroek
werken met een digitaal aanmeldingssysteem dat geldt voor alle scholen van de gemeente Willebroek (Willebroek, Tisselt en Blaasveld). De ouders worden via de gemeente, via onze website,  via de informatieborden aan de scholen op de hoogte gebracht wanneer het inschrijvingsmoment start.

Bij de aanmelding worden enkele gegevens opgevraagd. Het is belangrijk om deze eerlijk in te vullen, want bij foute informatie verlies je je recht op inschrijven. Je ontvangt van de gemeente via mail een bevestiging van aanmelding.
Na de aanmeldingsperiode worden de aangemelde kinderen geordend met het criteria afstand van het domicilieadres van het kind tot de school of de vestigingsplaats. Indien jouw kind gunstig gerangschikt is, word je door de gemeente schriftelijk op de hoogte gebracht wanneer je je kind mag komen inschrijven.
Is je kind niet gunstig gerangschikt, dan ontvang je een weigeringsdocument. Op dit weigeringsdocument staat waarom je geweigerd werd, op welke plaats in de wachtlijst je kind staat en waar je terecht kan met eventuele klachten.

Voorrangsperiode  (vanaf eerste schooldag oktober tot kerstvakantie)
Onze schol
en werken met voorrangsperiode van inschrijving voor :
-     
effectieve broers en zussen (hebben 2 gemeenschappelijke ouders) al dan niet wonend op hetzelfde adres;
-     
halfbroers en –zussen (hebben 1 gemeenschappelijke ouder) al dan niet wonend op hetzelfde adres;
-     
kinderen die onder hetzelfde dak wonen, maar geen gemeenschappelijke ouders hebben;
-     
kinderen van personeel.

Voor alle scholen van het LOP (Lokaal Overleg Platform) Willebroek geldt eenzelfde inschrijvingsprocedure :
- digitaal aanmelden : 3de week na de kerstvakantie tot aan de krokusvakantie
- inschrijven : begin maart tot aan paasvakantie
- er wordt in eerste instantie rekening gehouden met de vrije schoolkeuze en met de afstand tot de woonplaats.
- 
het systeem van dubbele contingentering : inschrijvingen voor indicator en niet-indicatorleerlingen, volgens de afgesproken streefnormen in het LOP. Het is de bedoeling op termijn te komen tot éénzelfde sociale mix voor alle scholen.

Wanneer is je kind een indicatorleerling ?

-      wanneer de ouders een schooltoelage krijgen (en/of over een beperkt inkomen beschikken);
-     
als de moeder over geen diploma secundair onderwijs beschikt.

Capaciteit
Wegens beperkte
infrastructuur, die de veiligheid van de kinderen moet waarborgen, werden in alle scholen van de scholengemeenschap beslist om een maximum aantal kleuters/leerlingen per geboortejaar in te schrijven.

In geval van zittenblijvers kan hierop een afwijking mogelijk zijn.

Weigeren
Eens de capaciteit bereikt is, wordt elke bijkomende inschrijving geweigerd.
Elke geweigerde leerling krijgt een weigeringsdocument en wordt als geweigerde leerling in het inschrijvingsregister ingeschreven. De volgorde van geweigerde leerlingen in het inschrijvingsregister valt weg op de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking heeft.
Voor de instappertjes blijft de volgorde van inschrijving behouden tot de 30 juni van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had.

Ziet u af van uw inschrijving dan vragen wij vriendelijk ons te verwittigen

Instapmomenten 2.5 jarigen
Kleuters kunnen maar met de kleuterschool starten  vanaf de dag dat ze 2 jaar en  6 maanden oud zijn. 
De instapmomenten zijn:

Instapdagen :
- de eerste schooldag na de zomervakantie
- de eerste schooldag na de herfstvakantie
- de eerste schooldag na de kerstvakantie

- de eerste schooldag van februari
- de eerste schooldag na de krokusvakantie
- de eerste schooldag na de paasvakantie
- de eerste schooldag na Hemelvaartsdag

 

Veranderen van school

Elke schoolverandering tussen de eerste schooldag van september en de laatste schooldag van juni moet schriftelijk meegedeeld worden door de directie van de nieuwe school aan de directie van de oorspronkelijke school.  De mededeling gebeurt ofwel bij aangetekend schrijven of bij afgifte tegen ontvangstbewijs. De oude school geeft aan de nieuwe school door hoeveel halve dagen problematische afwezigheid deze leerling heeft gehad in het betrokken schooljaar. De nieuwe inschrijving is rechtsgeldig de eerste schooldag na deze mededeling.

 

Aanwezigheid van de kinderen

 

1. Aanwezigheid

De kinderen zijn voor de aanvang van de lessen in de school aanwezig.  Ze zijn in de school tijdens de lessen en schoolactiviteiten.  Enkel met toelating van de persoon die met het toezicht belast is, mag een leerling de klasgroep verlaten. 

 

2. Afwezigheid
 

Kleuters zijn niet leerplichtig toch is het belangrijk dat je kind zoveel mogelijk kan deelnemen aan het schoolleven.

Sinds 2010 werd er door het Ministerie van Onderwijs toelatingsvoorwaarden gesteld omtrent de aanwezigheid van kleuters. Kleuters van de tweede kleuterklas moeten een minimum van 185 halve dagen aanwezigheid hebben, voor de 3de kleuterklas is een minimun van 220 halve dagen aanwezigheid vereist. Indien de aanwezigheid lager is dan verlies je je recht op schooltoelage.

Indien kleuters langdurig afwezig zijn, neemt de school contact op met de ouders. In overleg met school, ouders en CLB kan dan een gesprek gepland worden.

Begin eerste leerjaar wordt er van alle kinderen een taaltest( SALTO) afgenomen, zo kan de school bepalen of er al dan niet een taaltraject nodig is.

In september van het jaar waarin uw kind 6 jaar wordt, is het leerplichtig en wettelijk verplicht om les te volgen. Ook wanneer het nog op die leeftijd in het kleuteronderwijs blijft, is het dus net als elk ander leerplichtig kind onderworpen aan de controle op het regelmatig schoolbezoek. leerlingen die reeds op vijfjarige leeftijd overstappen naar het lager onderwijs vallen onder de leerplicht.

De regelgeving bepaalt in welke situaties leerplichtige kinderen gewettigd afwezig kunnen zijn en welke de verplichtingen van de ouders en de school zijn.

Welke afwezigheden zijn gewettigd?

  • Ziekte
    U verwittigt de school zo vlug mogelijk van de afwezigheid.

    Is een kind méér dan drie opeenvolgende schooldagen ziek, dan is steeds een medisch attest vereist. 
    Dat attest kan afkomstig zijn van een geneesheer, een geneesheerspecialist, een psychiater, een tandarts, een orthodontist en de administratieve diensten van een ziekenhuis of een erkend labo.  Consultaties (zoals bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts), moeten zoveel mogelijk buiten de schooluren gebeuren. 

    Wanneer een kind een chronische ziekte heeft, die leidt tot verschillende afwezigheden zonder dat telkens een doktersconsultatie noodzakelijk is (bijv. astma, migraine) moet er contact opgenomen worden met de de school en het CLB.  

    Is het kind minder dan 3 of 3 opeenvolgende schooldagen ziek volstaat een briefje van de ouders.  Dergelijk briefje kan slechts vier keer per schooljaar door de ouders zelf geschreven worden.  Vanaf de vijfde keer is een medisch attest toch vereist. 
  • Van rechtswege gewettigde afwezigheden mits voorleggen van een bewijsstuk:

    1. begrafenis- of huwelijk van iemand onder hetzelfde dak of van een bloed- of aanverwant;
    2. het bijwonen van een familieraad;
    3. de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;
    4.  maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en jeugdbescherming;
    5. onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;
    6. feestdagen verbonden aan de door de grondwet erkende levensbeschouwing. (anglicaanse, islamitische, Joodse, katholieke, orthodoxe, protestantse godsdienst). 
    Concreet gaat het over :
        - islamitische feesten : het Suikerfeest en het Oogstfeest (telkens één dag);
        - Joodse feesten : het joods Nieuwjaar (2 dagen), de Grote Verzoendag (1 dag), het Loofhuttenfeest (4 dagen),
           het
    Slotfeest (2 laatste dagen), de Kleine Verzoendag (1 dag), het
    feest van Esther (1 dag), het Paasfeest (4 dagen), het Wekenfeest (2 dagen);
        - orthodoxe feesten : Paasmaandag, Hemelvaart en Pinksteren voor de jaren waarin het orthodox Paasfeest  niet samenvalt met het katholieke Paasfeest.
        - De katholieke feestdagen zijn reeds vervat in de wettelijk vastgelegde vakanties. 
        - De protestantse en de anglicaanse godsdienst hebben geen feestdagen die hiervan afwijken.
  • Afwezigheden waarvoor de toestemming van de directeur nodig is.

    Deze categorie afwezigheden verleent de school autonomie om in te spelen op specifieke situaties die niet altijd door de regelgeving op te vangen zijn.  Indien de directeur akkoord is en mits voorlegging van,  naargelang het geval, een officieel document of een verklaring van de ouders, kan de leerling gewettigd afwezig zijn, om één van de onderstaande redenen:

-          overlijden van iemand onder hetzelfde dak of bloed- of aanverwant t.e.m. de 2de graad
-         
actieve deelname bij een selectie voor culturele/sportieve manifestaties (max. 10 halve schooldagen), bvb. internationaal kampioenschap,…;
-         
in echt uitzonderlijke omstandigheden afwezigheden voor persoonlijke redenen bvb. begrafenis buurmeisje, ouder naar ziekenhuis, …

 

Opgelet : het is niet de bedoeling dat aan ouders toestemming gegeven wordt om vroeger op vakantie te vertrekken of later uit vakantie terug te keren. De leerplicht veronderstelt dat een kind op school is van 1 september tot en met 30 juni. Vervroegd vertrek op vakantie tijdens het schooljaar is verboden en getuigt van gebrek aan waardering voor het werk van de leerkracht.

Wij dienen elke afwezigheid in het lager onderwijs te kunnen wettigen met een schriftelijk bewijs. Onwettige afwezigheid dient meegedeeld te worden aan de inspectie. De verificateur zal onwettige afwezigheden sanctioneren, daarom vragen wij u snel en nauwkeurig de attesten te bezorgen aan de klasleerkracht.


Problematische afwezigheden
 

Alle afwezigheden die niet opgesomd en gewettigd kunnen worden zoals hierboven beschreven zijn te beschouwen als problematische afwezigheden.  De school zal de ouders onmiddellijk contacteren bij elke problematische afwezigheid en deze afwezigheid melden aan het CLB.  School en CLB zullen in communicatie met de betrokken ouders een begeleidingsplan opstellen voor de betrokken ouders en hun  kinderen.  Van zodra het kind meer dan 10 halve schooldagen problematisch afwezig is, stelt de school samen met het CLB een begeleidingsdossier op dat ter inzage is voor de verificateurs.


3. Eén- of meerdaagse schooluitstappen (extra-muros-activiteiten)


Het is de bedoeling van de school dat alle leerlingen deelnemen aan de extra-muros-activiteiten.  Zonder tegenbericht van de ouders neemt elk kind deel aan deze activiteiten.  Ouders hebben evenwel het recht om hun kinderen niet mee te laten gaan op extra-muros-activiteiten van een volledige dag of meer, mits zij deze weigering voorafgaand aan de betrokken activiteit uitdrukkelijk en schriftelijk kenbaar maken aan de school.  Leerplichtige kinderen die niet deelnemen, moeten aanwezig zijn op school.


4.  Deelname aan de lessen lichamelijke opvoeding


Kinderen die niet deelnemen aan de lessen lichamelijke opvoeding of zwemmen, dienen hiervoor een doktersattest of een attest geschreven door de ouders af te geven aan de leerkracht.


5. Ziekte of ongeval tijdens de schooldag


Kinderen die tijdens de les ziek worden, worden door het secretariaat of de directie opgevangen.  Bij hoogdringendheid worden de ouders en/of de schoolarts door de school opgeroepen.  Gelieve echter zieke kinderen NIET naar school te sturen.


6.  Vakantie- en vrije dagen


De vakantie- en vrije dagen voor het volgende schooljaar worden eind juni meegedeeld via de schoolkrant en begin schooljaar via het infoblaadje of de nieuwsbrief.

 
 

Centrum voor Leerlingen Begeleiding (CLB)

1. Adres
Onze school wordt begeleid door:

CLB "Het Kompas"

 

 

Kardinaal Cardijnstraat 33

 

 

2840 Rumst (Terhagen)

 

 

Tel.: 03/886.76.04

 

 

 rumst@clbkompas.be

 

 

www.clbkompas.be

 2. Wat is het CLB?

Het CLB helpt ons bij het opsporen van moeilijkheden, het identificeren van de moeilijkheden en het zoeken naar de passende leerstrategie. Ze helpen ons eveneens bij het opsporen van fysische remmingen zoals minder goed horen, minder goed zien, enz. De school en het CLB hebben een gezamenlijk beleidscontract opgesteld dat de aandachtspunten voor de begeleiding van leerlingen vastlegt. Dit plan is samen met de ouders van de schoolraad besproken.
Niet alleen de school, maar
leerlingen en ouders kunnen het CLB om hulp vragen. Het CLB werkt gratis en discreet. Het centrum, de school en de ouders dragen samen de verantwoordelijkheid.
Als de school vraagt aan het CLB om een leerling te begeleiden, zal het CLB een begeleidingsvoorstel doen. Het CLB zet de begeleiding slechts voort als de ouders van de leerling hiermee instemmen.
De ouders zijn echter verplicht hun medewerking te verlenen indien de leerlingen spijbelen. Indien de ouders niet ingaan op de getroffen initiatieven van het centrum, is het CLB verplicht dit te melden aan de door de Vlaamse regering aangeduide instantie. Zo zijn ook de collectieve medische onderzoeken en/of preventieve gezondheidsmaatregelen i.v.m besmettelijke ziekten(*) verplicht op te volgen door de ouders.

Enkele aandachtspunten:

Hebben ouders bezwaren tegen een bepaalde arts van het CLB, dan kan in overleg een andere arts worden aangeduid. In dat geval zijn de kosten ten laste van de ouders.

Als een leerling van school verandert, behoudt het centrum zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid ten aanzien van die leerling tot de leerling is ingeschreven in een school die door een ander centrum wordt bediend. Het CLB zorgt ervoor dat het dossier de leerling volgt. Er is geen toestemming van de ouders vereist om een multidisciplinair dossier over te dragen.

Het centrum heeft recht op de relevante informatie die over de leerlingen in de school aanwezig is en visa versa. Wel moet er rekening gehouden worden met de geldende regels inzake het beroepsgeheim, de deontologie en de bescherming van de persoonlijke levensfeer bij het doorgeven en gebruik van de informatie.

3. Aanbevelingen van het CLB voor besmettelijke ziekten

Er zijn een aantal besmettelijke ziekten die door de school aan de schoolarts dienen gemeld te worden om verdere verspreiding te voorkomen.  Vanwege de ouders wordt medewerking gevraagd.  Het is wenselijk dat ouders zelf de directeur op de hoogte zouden brengen van de aandoeningen welke hieronder opgesomd:

buiktyfus - hepatitis A (geelzucht) - hepatitis B - meningokokkenmeningitis en -septis (hersenvliesontsteking) -poliomyelitis (kinderverlamming) - difterie (kroep) - infecties met B-hemolytische streptokokken, waaronder scarlatina (roodvonk) - besmettelijke longtuberculose - bacillen dysenterie - salmonellosen - kinkhoest - bof (dikoor) - mazelen - rubella (rode hond) - schurft - varicella (waterpokken) - impetigo (krentenbaard) - schimmels van de hoofdhuid en de gladde huid - parelwratjes (mollusca contagiosa) - pediculosis (luizen) - HIV

Indien uw huisarts één van deze ziekten vaststelt bij uw kind, dient u de school steeds te verwittigen

Schoolloopbaan

Het decreet basisonderwijs geeft beslissingsrecht aan de ouders waar het gaat over de overgang van het kleuter- naar het lager onderwijs, van het lager naar het secundair onderwijs en van het gewoon naar het buitengewoon onderwijs. De klassenraad is het best geplaatst om te oordelen over de overgang van een leerling van de ene groep naar de andere. De raad houdt hierbij rekening met de verschillende belangen. Het advies van de klassenraad is dus bepalend om te oordelen of een kind al dan niet over kan gaan. Daarbij doet de school ook beroep op het CLB. De school zorgt voor een degelijke communicatie met de ouders.

Een jaartje langer in de kleuterschool doorbrengen, vervroegd naar de lagere school komen en een achtste jaar in de lagere school verblijven kan enkel bij advies van de klassenraad en van het CLB. In het gewoon onderwijs kan een leerling minimum 5 en maximum 8 jaar in het lager onderwijs doorbrengen met nog de beperking dat kinderen die voor 1 januari 15 jaar worden geen lager onderwijs meer mogen volgen.

 

 Geïntegreerd onderwijs (GON)

GON-begeleiding kan voor sommige kinderen aangevraagd worden. Dit is een begeleiding door een externe deskundige en is bedoeld voor kinderen met een ernstig gezichts-, gehoors- of lichamelijke beperktheid. Ook kinderen met autisme of zware leerproblemen kunnen hiervoor in aanmerking komen.

Om toegelaten te worden tot GON moet de leerling voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden voor het gewone onderwijs. In plaats van een inschrijvingsverslag voor buitengewoon onderwijs is een gemotiveerd verslag vereist. Dat wordt opgesteld door het CLB. Dat versterkt de positie van GON-leerlingen.

Uit het gemotiveerd verslag moet blijken dat:

  •  het inzetten van de ondersteuning in het kader van GON, in combinatie met compenserende of dispenrenede maatregelen nodig en voldoende geacht worden om de leerling een gemeenschappelijk curriculum te laten volgen;

  •  de leerling aan de criteria van één van de types van het buitengewoon onderwijs, met uitzondering type 5 voldoet.

Om in aanmerking te komen voor aanvullende subsidiëring voor geïntegreerd onderwijs is nog steeds een integratieplan vereist.

Wanneer een leerling nu al GON krijgt, moet pas een gemotiveerd verslag opgemaakt worden wanneer de leerling van onderwijsniveau of van type verandert of wanneer de aard van de integratie of de aard en de ernst van de handicap wijzigt. Van zodra een leerling een gemotiveerd verslag ontvangt, vervalt het verslag buitengewoon onderwijs.

Omdat bij een dergelijk initiatief een hele inspanning moet geleverd worden door het team, wordt er steeds gekeken of dit op dat moment voor die klasgroep en die leerkracht haalbaar is.

 

Onderwijs aan huis
 

Een leerplichtig kind uit het lager onderwijs heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis indien volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld :
1. de leerling is meer dan 21 kalenderdagen afwezig wegens ziekte of ongeval.
2. de ouders hebben een schriftelijke aanvraag ingediend bij de directeur van de thuisschool.  De aanvraag is vergezeld van een medisch attest waaruit blijkt dat het kind de school niet kan bezoeken en dat het toch onderwijs mag volgen.
3. de afstand tussen de school (vestigingsplaats) en de verblijfplaats van betrokken leerling bedraagt ten hoogste 10 km.

 

Getuigschriften basisonderwijs
 

De school zal gedurende de hele schoolloopbaan met uw kind communiceren over zijn leervorderingen. Ouders kunnen inzage en toelichting krijgen bij de evaluatiegegevens.

Na 20 juni beslist de klassenraad op basis van onderstaande criteria of uw kind al dan niet een getuigschrift basisonderwijs kan krijgen. De klassenraad oordeelt autonoom of een regelmatige leerling in voldoende mate de doelen die in het leerplan, die het bereiken van de eindtermen beogen, heeft bereikt om een getuigschrift basisonderwijs te bekomen.

De beslissing van de klassenraad is steeds het resultaat van een weloverwogen evaluatie in het belang van de leerling en wordt uiterlijk op 30 juni aan de ouders meegedeeld. De ouders worden geacht de beslissing omtrent het getuigschrift basisonderwijs uiterlijk op 1 juli in ontvangst te hebben genomen.

De klassenraad houdt onder andere rekening met volgende criteria :

  • de schoolrapporten van het lopende en voorafgaande schooljaar
  • de evaluaties van het lopende en voorafgaande schooljaar
  • de gegevens uit het LVS
  • het verslag van de leerkracht die tijdens het laatste schooljaar het hoogste aantal lestijden heeft gegeven aan de leerling

De voorzitter en alle leden van de klassenraad ondertekenen het schriftelijk verslag.

Ouders die een beroepsprocedure wensen op te starten, vragen binnen drie dagen na ontvangst van de beslissing tot het niet uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs, een overleg aan bij de directeur. Dit verplicht overleg met de directeur vindt plaats ten laatste de zesde dag na de dag waarop de rapporten werden uitgedeeld. Van dit overleg wordt een verslag gemaakt. De betwiste beslissing wordt opnieuw overwogen. De ouders worden schriftelijk verwittigd van het resultaat van deze bijeenkomst. Als de betwisting blijft bestaan kunnen de ouders binnen de drie dagen na ontvangst van de beslissing van de directeur schriftelijk beroep indienen bij de voorzitter van het schoolbestuur.

Het verzoekschrift moet gedateerd en ondertekend zijn. Het dient het voorwerp van beroep te bevatten met feitelijke omschrijving en motivering waarom het niet uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs betwist wordt. Hierbij kunnen overtuigingsstukken toegevoegd worden.
Wanneer het schoolbestuur een beroep ontvangt, zal het een beroepscommissie samenstellen. In de beroepscommissie, die het beroep behandelt, zitten zowel mensen die aan de school of het schoolbestuur verbonden zijn als mensen die dat niet zijn. Het gaat om een onafhankelijke commissie die de klacht van de ouders grondig zal onderzoeken. Ouders worden binnen tien dagen nadat het schoolbestuur het beroep heeft ontvangen, uitgenodigd voor een gesprek. De schoolvakanties schorten de termijn van tien dagen op. De beroepscommissie streeft in zijn beslissing naar een consensus en zal de betwiste beslissing ofwel bevestigen ofwel het getuigschrift basisonderwijs toekennen ofwel het beroep gemotiveerd afwijzen wegens het niet naleven van de vormvereisten. Het resultaat van het beroep wordt uiterlijk op 1
5 september schriftelijk aan de ouders ter kennis gebracht.

Iedere leerling die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, heeft recht op een verklaring met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs, afgeleverd door de directie.

Aan de schoolverlaters van het zesde leerjaar geven we eind juni ook een BASO-fiche. Op deze fiche staat informatie van en over uw kind die nuttig kan zijn voor de leerkrachten van het secundair onderwijs.

 

Niet-toelaatbaar gedrag


Functioneren in groep, leren samenwerken, taken verdelen, de leiding nemen, naar elkaar luisteren, je weerbaar opstellen, … wordt op school getraind.

Allicht loopt er al eens iets mis, wordt er geplaagd, is er ruzie, … We geven kinderen tips om creatief een concrete oplossing te vinden.
Wordt eenzelfde kind telkens opnieuw geplaagd dan heet dit pesten. Dat kan absoluut niet
in onze scholen. De opvolging gebeurt in verschillende stappen.
Wij vragen ouders om zeker niet het heft in eigen handen te nemen maar met de klasleerkracht, de zorgleerkracht of de directie contact op te nemen.
Er volgen dan gesprekken, sancties en de situatie wordt met het hele schoolteam opgevolgd. In uitzonderlijke gevallen wordt het CLB ingeschakeld en wordt de wettelijke procedure gevolgd.

Onafhankelijk van de latere toepassing van een tuchtmaatregel kan de leerling, in erge gevallen, voorlopig uit de school verwijderd worden, voor zover het belang van het onderwijs dit vereist en dit voor de duur van het onderzoek.


Wanneer het gedrag van de leerling werkelijk een probleem betekent voor het ordentelijk verstrekken van het onderwijs en/of het opvoedingsproject van de school in gedrang brengt, kan de leerling door het schoolbestuur tijdelijk geschorst worden
 voor minimaal één schooldag en maximaal vijftien opeenvolgende schooldagen of definitief uit de school verwijderd worden.

De beslissing tot preventieve schorsing wordt schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld aan de ouders van de betrokken leerling.

Bij het nemen van een beslissing tot tijdelijke en definitieve uitsluiting wordt het advies van de klassenraad ingewonnen die een tuchtdossier samenstelt. In geval van een definitieve uitsluiting wordt de klassenraad uitgebreid met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft. De leerling, zijn ouders en eventueel een vertrouwenspersoon worden schriftelijk uitgenodigd voor een gesprek met de directeur. De ouders en hun vertrouwenspersoon hebben inzage in het tuchtdossier, met inbegrip van het advies van de klassenraad. Na het gesprek neemt de directeur een beslissing. Deze wordt schriftelijk gemotiveerd en binnen een termijn van vijf dagen aangetekend aan de ouders van de betrokken leerling bezorgd. De beslissing vermeldt de beroepsmogelijkheden.
 

Als ouders geen inspanning doen om hun kind in een andere school in te schrijven, krijgt de definitieve uitsluiting effectief uitwerking na één maand ( vakantiedagen niet meegerekend). Na deze termijn is de school niet langer verantwoordelijk voor de op van van de uitgesloten leerling. Het zijn de ouders die erop moeten toezien dat hun kind aan de leerplicht voldoet. Het CLB kan mee zoeken naar een oplossing.

Wanneer je kind tijdens een tuchtprocedure preventief geschorst wordt of na de tuchtprocedure tijdelijk woest uitgesloten, is je kind in principe op school aanwezig, maar neemt die geen deel aan de activiteiten van zijn leerlingengroep. De directeur kan beslissen dat de opvang van je kind niet haalbaar is voor de school. Deze beslissing wordt schriftelijk en gemotiveerd bekend gemaakt aan de ouders.

Een kind mag niet het slachtoffer worden van het gedrag van zijn ouder(s). De school heeft naast haar onderwijsopdracht ook een opvoedingsopdracht. Deze laatste opdracht kan de school pas goed vervullen wanneer zij hierin volledig gesteund wordt door de ouder(s). Gebrek aan het nodige vertrouwen verstoort de relatie ouder(s) – school.